Strategische personeelsplanning: het gat tussen nu en over twee jaar
Strategische personeelsplanning klinkt als iets voor bedrijven met een HR-afdeling. Dit artikel laat zien hoe je het in een halve dag doet met de gegevens die je al hebt, en waarom twee tot drie jaar de enige horizon is die voor een MKB-bedrijf nog klopt.

Oprichter van Buddai en van AI-resultancy Vaiture, schrijft over kennisborging, inwerken en AI-wetgeving in het MKB. Werkt uitsluitend met openbare bronnen — elk cijfer in dit artikel staat met bron en datum onderaan de pagina. Meer over Jeroen
Op deze pagina8 onderdelen
- Wat is strategische personeelsplanning precies?
- Wat zijn de vier bouwstenen van SPP?
- Hoe zet je dit in een halve dag op papier?
- Hoe krap is de arbeidsmarkt waarop je moet plannen?
- Wat als deze twee mensen tegelijk wegvallen?
- Opleiden, werven, uitbesteden of anders organiseren: welke optie dicht het gat?
- Welk vergaderritme houdt SPP levend?
- Hoe ziet dit eruit voor een bedrijf van veertig medewerkers?
Het belangrijkste in het kort
- De kern: Strategische personeelsplanning (SPP) is het vaststellen van het gat tussen de bezetting die je nu hebt en de bezetting die je plan voor de komende twee tot drie jaar vraagt.
- Waarom niet vijf jaar: Vijf jaar is de horizon uit HR-handboeken, niet uit de praktijk van een MKB-bedrijf. Je eigen plan verandert sneller dan dat, dus de aanname waarop je begint is tegen jaar vier al achterhaald.
- Vier bouwstenen: Huidige bezetting, verwacht verloop en pensionering, verwachte vraag, en het gat daartussen. Elke bouwsteen bouwt op de vorige voort.
- Data die je al hebt: Een kennismatrix, je verloopcijfer en de pensioenleeftijden van je team leveren de eerste twee bouwstenen zonder nieuw onderzoek.
- De scenario-vraag: "Wat als deze twee mensen tegelijk wegvallen" legt bloot wat een matrix met losse getallen verbergt: overlap in wie welke kennis heeft.
- Vier opties, één ritme: Elk gat dicht je met opleiden, werven, uitbesteden of anders organiseren. Zonder vast terugkerend moment in de agenda is SPP binnen een jaar een vergeten document.
Wat is strategische personeelsplanning precies?
Strategische personeelsplanning is het proces waarmee je vaststelt welk verschil er ontstaat tussen de bezetting die je over twee tot drie jaar hebt als niets verandert, en de bezetting die je plan voor die periode vereist — en wat je met dat verschil doet. Het is geen document maar een vraag die je een paar keer per jaar opnieuw stelt.
In veel HR-literatuur staat een horizon van vijf jaar. Voor een bedrijf zonder HR-afdeling werkt dat averechts: je eigen plan wisselt vaker dan dat, mensen gaan sneller in en uit dienst dan een vijfjarenplan bijhoudt, en tegen het einde van jaar drie is de aanname waarmee je begon meestal al achterhaald. Twee tot drie jaar is de langste periode waarin een uitspraak over je eigen bedrijf nog betrouwbaar is — lang genoeg om een opleiding of een werving af te maken, kort genoeg om nog te kloppen als je hem invult.
Wat zijn de vier bouwstenen van SPP?
SPP bestaat uit vier stappen die op elkaar voortbouwen: wat heb je nu, wie vertrekt er de komende jaren, wat vraagt je plan, en wat is het verschil tussen die twee kanten. Sla je er een over, dan mist de rest zijn fundament — een gat berekenen zonder te weten wie er weggaat is gokken.
| Bouwsteen | Vraag die je beantwoordt | Waar het antwoord al ligt |
|---|---|---|
| Huidige bezetting | Wie heb je, en wat kan die persoon zelfstandig? | Een kennismatrix, zie hieronder |
| Verwacht verloop en pensionering | Wie gaat er de komende twee tot drie jaar weg, vrijwillig of met pensioen? | Je verloopcijfer en de pensioenleeftijden van je team |
| Verwachte vraag | Welk werk komt erbij of valt weg als je huidige plan doorgaat? | Je eigen omzet-, order- of investeringsplanning voor twee jaar vooruit |
| Het gat | Waar houdt "wat je hebt min wat vertrekt" op te dekken wat bouwsteen drie vraagt? | Het verschil tussen bouwsteen 1 min bouwsteen 2, en bouwsteen 3 |
De eerste twee bouwstenen zijn geen nieuw werk als je ze al ergens anders hebt vastgelegd. Wie wil weten hoe je op een middag een kennismatrix optuigt, leest kennismatrix maken. Wie wil weten hoe je verloop rekent en wat een normaal percentage is, leest personeelsverloop berekenen. SPP voegt daar de derde bouwsteen aan toe — de vraag — en trekt de conclusie die geen van beide artikelen apart kan trekken.
Hoe zet je dit in een halve dag op papier?
Je doorloopt de vier bouwstenen achter elkaar, met de data die je al hebt liggen, en eindigt met een lijst van gaten in plaats van een gevoel van onbehagen. Perfectie is niet het doel — een eerste, grove versie die je over een kwartaal bijstelt, is bruikbaarder dan een uitgewerkt plan dat nooit af komt.
- 1
Haal je kennismatrix erbij, of maak er in een uur een
Zet de kritieke taken en wie ze op welk niveau beheerst op een rij. Dat is je bouwsteen één, letterlijk overgenomen uit je kennismatrix.
- 2
Tel de vertrekkers van de komende twee tot drie jaar
Combineer je verwachte vrijwillige verloop met de mensen die in die periode de pensioenleeftijd bereiken. Zie kennisverlies door pensionering voor hoe je die pensioentijdlijn opstelt.
- 3
Schrijf de vraag van over twee jaar op in taken, niet in koppen
"We hebben er twee mensen bij nodig" is minder bruikbaar dan "we hebben iemand nodig die de tweede ploeg kan draaien". Vertaal je plan naar wat er gedaan moet worden, niet naar een getal.
- 4
Leg de twee kanten naast elkaar en markeer de gaten
Per taak of team: heb je straks genoeg mensen op het juiste niveau? Waar het antwoord nee is, staat een gat — en dat is de enige regel die telt in de rest van dit proces.
- 5
Kies per gat een van de vier opties
Opleiden, werven, uitbesteden of anders organiseren. Welke van de vier past, hangt af van hoeveel tijd je hebt en hoe specifiek de kennis is — zie verderop in dit artikel.
Hoe krap is de arbeidsmarkt waarop je moet plannen?
Krap, en dat verandert voorlopig niet snel genoeg om je planning erop te laten wachten. Begin 2026 was de arbeidsmarkt in 87 van de 93 beroepsgroepen — 94 procent — nog altijd krap of zeer krap, en in het tweede kwartaal van 2026 stonden er 95 vacatures tegenover elke 100 werklozen.¹²
94% ¹
van de beroepsgroepen kende begin 2026 een krappe of zeer krappe arbeidsmarkt
95 ²
vacatures per 100 werklozen in het tweede kwartaal van 2026
2,4 mln ³
mensen van 55 jaar en ouder waren in 2025 aan het werk, 816 duizend meer dan in 2015
Het tweede cijfer zet het eerste in perspectief: 375 duizend openstaande vacatures tegenover 396 duizend werklozen, bij een werkloosheid van 3,9 procent.² Er is dus bijna voor iedere werkloze een vacature, maar zelden in dezelfde plaats, met dezelfde vaardigheden en op hetzelfde moment. Werven kost daardoor structureel meer tijd dan drie jaar geleden — een reden te meer om niet te wachten tot het gat er al is.
Achter die krapte zit een demografische verschuiving die niet snel omkeert. In 2025 waren 2,4 miljoen mensen van 55 jaar en ouder aan het werk — 816 duizend meer dan in 2015. De arbeidsparticipatie van 55- tot 65-jarigen steeg van 61 procent in 2015 naar 76 procent in 2025, grotendeels door de hogere AOW-leeftijd.³ Mensen werken dus langer door, maar een groter deel van je team zit ook dichter bij het moment waarop die kennis in één keer vertrekt.
UWV verwacht dat vergrijzing de vraag in sommige sectoren juist opdrijft — in zorg en welzijn komen er tot 2028 naar schatting 90 duizend banen bij, in de zakelijke dienstverlening bijna 60 duizend.⁴ Tegelijk laat onderzoek van ROA zien dat de spanning tot 2030 bij 32 beroepen verder oploopt — vooral technische beroepen, transport en zorg — terwijl die bij financiële en administratieve beroepen juist afneemt.⁵ Die spreiding is precies waarom een landelijk vijfjarencijfer weinig zegt over jouw twee of drie kritieke functies: de uitkomst hangt volledig af van welk beroep het is.
Wat als deze twee mensen tegelijk wegvallen?
De scenariovraag test of je gat-analyse standhoudt bij realistische pech: twee vertrekken tegelijk, of één vertrek net in de periode dat je juist wilt groeien. Los cijfers per persoon bekijken verbergt overlap; de scenariovraag maakt hem zichtbaar.
Een kennismatrix laat vaak zien dat precies twee of drie mensen dezelfde kritieke kolommen hoog scoren. Wat de matrix niet laat zien, is wat er gebeurt als die twee tegelijk wegvallen — door een vertrek, een langdurige ziekte of, bij twee collega's van vergelijkbare leeftijd, gewoon door het naderen van hun pensioen in dezelfde periode. Wie afhankelijkheid van één persoon nog niet in kaart heeft gebracht, leest eerst afhankelijk van één medewerker; SPP gebruikt die uitkomst als invoer.
- Stapel de vertrekmomenten. Zet niet alleen wie er weggaat op een tijdlijn, maar ook wanneer — twee pensioendata in hetzelfde kwartaal is een ander risico dan twee data die een jaar uit elkaar liggen.
- Vraag naar de tweede naam. Voor elke kritieke taak: als de persoon met niveau drie wegvalt, wie staat er op niveau twee? Geen naam is het antwoord dat je wilt vinden vóórdat het vertrek plaatsvindt, niet erna.
- Test tegen je eigen groeiplan. Een vertrek dat je makkelijk opvangt in een rustig jaar, is een ander probleem in het jaar waarin je juist een nieuwe klant binnenhaalt.
- Neem verzuim mee, niet alleen vertrek. Dezelfde overlap die een vertrek pijnlijk maakt, maakt zes weken ziekte net zo pijnlijk — alleen zonder de twee jaar voorbereidingstijd die pensionering je wel geeft.
Opleiden, werven, uitbesteden of anders organiseren: welke optie dicht het gat?
Elk gat dicht je uiteindelijk met een van vier opties: iemand opleiden die je al in dienst hebt, iemand nieuw werven, het werk uitbesteden, of het werk anders organiseren zodat het gat kleiner wordt. Welke optie past, hangt af van hoeveel tijd je hebt, hoe bedrijfsspecifiek de kennis is en wat de arbeidsmarkt voor die functie toelaat.
| Optie | Werkt goed wanneer | Werkt niet wanneer |
|---|---|---|
| Opleiden | Je hebt minimaal een jaar de tijd, de kennis is specifiek voor jouw bedrijf, en er is al iemand op niveau twee om vanaf te bouwen. | Het gat is acuut, of niemand intern heeft de basis om op voort te bouwen. |
| Werven | De kennis is generiek verkrijgbaar op de arbeidsmarkt en je hebt budget en tijd voor een wervingsproces van maanden. | De functie zit in een van de 87 krappe beroepsgroepen¹ en je hebt het gat al over drie maanden nodig. |
| Uitbesteden | Het gaat om een taak met een piek of een lage frequentie — één keer per kwartaal de aangifte, niet de dagelijkse productie. | De taak raakt de kern van wat je klanten van je verwachten, of moet dagelijks en direct beschikbaar zijn. |
| Anders organiseren | Het werk kan slimmer verdeeld worden over het bestaande team, of een deel ervan kan vervallen of geautomatiseerd worden. | Het werk is niet te herverdelen zonder de kwaliteit of de kritieke kennis te verliezen. |
De volgorde waarin bedrijven deze vier proberen, is meestal verkeerd om: eerst werven, en pas als dat niet lukt kijken naar opleiden of anders organiseren. Gegeven hoe krap de arbeidsmarkt is, is dat een gok op een proces dat je niet in de hand hebt.¹² Begin liever bij wat je zelf kunt sturen — opleiden en anders organiseren — en gebruik werven voor het deel van het gat dat overblijft.
Welk vergaderritme houdt SPP levend?
SPP overleeft alleen met een vast, kort terugkerend moment — niet als jaarlijks project dat in januari wordt opgeleverd en in december wordt afgestoft. Een kwartier per kwartaal, gekoppeld aan een moment dat al in de agenda staat, is genoeg om het levend te houden.
- Eén eigenaar. Zonder naam wordt het overzicht bijgewerkt door niemand. Kies degene die de bezettingsvraag toch al beantwoordt als er iemand ziek is.
- Koppel het aan bestaande momenten. Na de update van je kennismatrix, bij de jaarplanning en bij elk vertrek of elke aanwerving is het overzicht al relevant — je hoeft er geen nieuw moment voor te verzinnen.
- Kwartaal, niet jaar. Een jaarlijkse update mist het moment waarop een vertrek net is aangekondigd. Een kwartaalronde van een kwartier is klein genoeg om nooit te worden overgeslagen.
- Herzie bij elke mutatie. Iemand in dienst, iemand uit dienst, een gewijzigd plan — elk van de drie is reden om de vier bouwstenen opnieuw langs te lopen, niet te wachten tot de volgende geplande ronde.
Hoe ziet dit eruit voor een bedrijf van veertig medewerkers?
Onderstaand voorbeeld toont een compacte SPP voor een bedrijf van veertig medewerkers, verdeeld over vijf teams. De gat-kolom is geen kale aftreksom — hij houdt rekening met wie er precies vertrekt en of dat de meest kritieke kennis raakt.
| Team | Nu | Verwacht vertrek (2 jr) | Verwachte vraag | Gat | Aanpak |
|---|---|---|---|---|---|
| Productie | 18 | 3, waarvan 2 pensioen | 20 door groei orders | +5 | Werven, plus opleiden voor de pensioenkennis |
| Verkoop | 6 | 1 | 8 door nieuwe regio | +3 | Werven |
| Administratie | 4 | 1, pensioen | 4 | +1 | Opleiden — iemand van niveau 2 naar 3 in kennismatrix |
| Techniek/onderhoud | 5 | 2, waarvan 1 sleutelmedewerker | 5 | +2, met concentratierisico | Opleiden nu, uitbesteden als overbrugging |
| Management/staf | 7 | 0 | 7 | 0 | Anders organiseren indien productie meer aansturing vraagt |
Het opvallende gat zit niet bij productie — dat is een gewoon wervingsvraagstuk waar dit bedrijf al ervaring mee heeft. Het zit bij techniek en onderhoud: een team van vijf verliest er twee, van wie één de enige met kennisniveau drie op een kritiek systeem. Daar is opleiden geen keuze maar een noodzaak, en uitbesteden is de overbrugging voor de periode waarin de opvolger nog niet zelfstandig is. Dat is precies het soort gat dat een totaalcijfer voor het hele bedrijf verbergt en dat alleen zichtbaar wordt door bouwsteen twee (wie vertrekt) te koppelen aan bouwsteen één (wie kan het al).
Veelgestelde vragen
Is strategische personeelsplanning alleen voor bedrijven met een HR-afdeling?+
Nee. Het onderliggende werk — vaststellen wie je hebt, wie er weggaat en wat je plan vraagt — kan iedereen die de bezetting overziet in een halve dag doen. Een HR-afdeling voegt vooral schaal toe, geen noodzaak.
Waarom niet gewoon vijf of tien jaar vooruit plannen?+
Omdat de aanname waarop je zo'n plan baseert — je eigen groei, je markt, wie er nog werkt — binnen twee tot drie jaar meestal al is achterhaald. Een gedetailleerd plan voor jaar vier of vijf is dan giswerk dat precisie suggereert die het niet heeft. Gebruik een langere horizon hooguit voor de globale richting, niet voor de bezettingscijfers.
Hoe vaak moet ik mijn SPP bijwerken?+
Elk kwartaal een korte controle, en direct bij elke mutatie: iemand die vertrekt, iemand die wordt aangenomen, of een plan dat wijzigt. Een jaarlijkse update mist te vaak het moment waarop een vertrek net bekend is geworden.
Wat als ik het gat niet op tijd kan dichten met werven?+
Kijk dan eerst naar opleiden en anders organiseren — beide kun je zelf sturen, in tegenstelling tot een wervingsproces op een krappe arbeidsmarkt. Uitbesteden is een goede overbrugging voor de periode totdat een interne oplossing klaar is, maar zelden een permanente vervanging voor kernwerk.
Moet ik voor elke functie een aparte SPP maken?+
Nee. Beperk je tot de teams en taken waar uitval binnen enkele weken merkbaar is — dezelfde grens die je ook bij een kennismatrix aanhoudt. Voor de rest van het bedrijf volstaat een reguliere wervingsplanning.
Bronnen
- 1.Spanningsindicator: arbeidsmarkt koelt verder afUWV · 5 juni 2026
- 2.Werkloosheid gedaald in tweede kwartaal 2026CBS · 30 juli 2026
- 3.Het aanbod van arbeid — De arbeidsmarkt in cijfers 2025CBS · 29 april 2026
- 4.Arbeidsmarktprognose 2026-2028: minder banengroei door dure energieUWV · 9 juni 2026
- 5.Krapte neemt nog verder toe in 32 beroepenUWV · 18 december 2025

Over Jeroen
Oprichter & CEO van Buddai
Jeroen Veldman is oprichter en CEO van Buddai. Daarnaast leidt hij Vaiture, een AI-resultancy die MKB-bedrijven helpt toekomstbestendig te worden door AI-first te denken én te doen.
Alle artikelen van Jeroen