Tijd kwijt aan zoeken naar informatie op het werk: wat het kost en hoe je het meet
Zoeken is maar een kwart van het verhaal: de rest van de kostenpost zit in vragen, wachten op antwoord en werk dat je overdoet. Dit artikel laat zien hoe je dat in één week zelf meet en met je eigen uurtarief doorrekent, in plaats van een extern percentage te geloven.

Oprichter van Buddai en van AI-resultancy Vaiture, schrijft over kennisborging, inwerken en AI-wetgeving in het MKB. Werkt uitsluitend met openbare bronnen — elk cijfer in dit artikel staat met bron en datum onderaan de pagina. Meer over Jeroen
Op deze pagina7 onderdelen
- Wat kost zoeken naar informatie op het werk precies?
- Waarom kloppen de bekende cijfers over zoektijd meestal niet?
- Bij wie landt de rekening: bij de vrager of bij de senior collega?
- Hoe meet je dit zelf, in een week, zonder tool?
- Hoe reken je de kosten van zoektijd uit met je eigen cijfers?
- Welke vragen zijn het vastleggen waard — en welke niet?
- Wat helpt daadwerkelijk om zoektijd te verminderen?
Het belangrijkste in het kort
- Vier onderdelen: De kosten van zoeken bestaan uit vier delen: zelf zoeken, iemand vragen, wachten op het antwoord en werk overdoen omdat het antwoord te laat of onvolledig was. Bijna elke meting kijkt alleen naar het eerste.
- Verkeerde rekening: De tijd die een vraag kost, wordt bijna altijd geteld bij de vrager. De echte rekening ligt bij wie antwoord moet geven — meestal je meest ervaren, drukste medewerker.
- Cijfers zijn zacht: De bekende percentages over zoektijd op internet komen bijna altijd uit adviesbureau-onderzoek waarvan de methode nooit is gepubliceerd. Onbruikbaar als onderbouwing van een investering.
- Zelf meten kan: Een week lang tellen wie welke vraag stelt, aan wie, en hoe lang het antwoord duurde, geeft een bruikbaarder getal dan elk benchmarkcijfer — en het kost niets.
- Reken zelf: Vermenigvuldig het aantal vragen uit je meetweek met de gemiddelde onderbrekingstijd en het uurtarief van de beantwoorder. Dat getal overtuigt in een gesprek; een import uit een onderzoek niet.
- Selectiecriterium: Leg vast wat minstens twee keer is gevraagd en waarvan het antwoord al maanden hetzelfde is. De rest verandert te snel om de moeite waard te zijn.
- Wat helpt: Niet nog een documentatieproject, maar het antwoord vastleggen op het moment dat de vraag toch al wordt gesteld. Dat is de enige plek waar het geen extra tijd kost.
Zoeken naar informatie op het werk kost niet alleen de tijd die je zelf zoekend doorbrengt. De volledige kostenpost bestaat uit vier delen: de tijd die je zelf zoekt, de tijd om iemand anders te vragen, de wachttijd tot je een bruikbaar antwoord hebt, en de tijd die verloren gaat aan werk dat je overdoet omdat het antwoord te laat kwam of niet klopte. Landelijke cijfers over de totale omvang hiervan zijn niet betrouwbaar te onderbouwen — wat wel werkt, is het een week zelf meten in je eigen bedrijf en doorrekenen met je eigen uurtarief.
Wat kost zoeken naar informatie op het werk precies?
Zoektijd is meer dan de minuten die je zelf besteedt aan het doorzoeken van mappen, e-mail of een intranet. De volledige kost bestaat uit vier delen: zoeken, vragen, wachten en opnieuw doen. Bijna elke meting — en elke tool die 'zoektijd' claimt te meten — kijkt alleen naar het eerste deel.
- Zoeken: de tijd die je zelf besteedt aan het doorzoeken van mappen, mail, chatgeschiedenis of een intranet, voordat je de vraag überhaupt stelt.
- Vragen: de tijd om te bepalen wie het weet, diegene te bereiken en de vraag helder te formuleren.
- Wachten: de tijd tussen het stellen van de vraag en het moment dat je verder kunt — vaak het grootste deel, omdat de gevraagde zelf ook een agenda heeft.
- Opnieuw doen: het werk dat je corrigeert of overdoet omdat je op een aanname bent doorgegaan terwijl je op het antwoord wachtte, of omdat het antwoord onvolledig bleek.
Van deze vier wordt vrijwel alleen de eerste gemeten. Zoektools en tijdregistratie zien hoe lang iemand actief zoekt binnen een applicatie. Ze zien niet hoe lang een collega moet wachten op een reactie, en al helemaal niet hoeveel werk is overgedaan. Precies de twee grootste posten — wachten en overdoen — blijven daardoor onzichtbaar.
Dat maakt zoektijd een sluipende kostenpost. Niemand plant een blok 'wachten op collega' in de agenda, dus het voelt niet als verlies. Toch is het precies dat: tijd waarin niemand vooruitkomt, tot iemand anders tijd vrijmaakt om antwoord te geven.
Waarom kloppen de bekende cijfers over zoektijd meestal niet?
De cijfers die overal rondgaan — een paar uur per dag, een kwart van de werkweek — zijn vrijwel altijd afkomstig uit onderzoek van internationale adviesbureaus waarvan de steekproef, de vraagstelling en de berekening nooit openbaar zijn gemaakt. Bruikbaar als signaal dat het probleem bestaat, onbruikbaar als onderbouwing van een investering in jouw bedrijf.
Zoek op het onderwerp en je vindt tientallen artikelen met vrijwel hetzelfde getal. Ze linken allemaal terug naar dezelfde handvol onderzoeken uit een ander land, vaak uit een ander decennium.
Geen van die artikelen vermeldt de vragenlijst, de steekproefgrootte of de definitie van 'zoeken' die is gebruikt. Een getal dat niemand kan navragen, is geen getal — het is een aanname met een bronvermelding erbij.
Bij wie landt de rekening: bij de vrager of bij de senior collega?
De rekening voor een onderbreking landt niet bij wie de vraag stelt, maar bij wie hem beantwoordt. Voor de vrager is het een paar minuten wachten; voor de beantwoorder is het een onderbreking van een taak waar hij middenin zat, plus de tijd om daarna weer op snelheid te komen. Bij de meest ervaren medewerker — degene die de meeste vragen krijgt — stapelt die rekening zich het snelst op.
Dat maakt de senior collega de facto de bottleneck, ook al lijkt hij op papier de sterkste schakel. Iedereen weet dat hij het antwoord heeft, dus iedereen loopt naar hem toe. Hoe meer hij weet, hoe vaker hij wordt onderbroken, hoe minder tijd hij overhoudt voor zijn eigen werk.
Dit patroon is extra zichtbaar bij nieuwe medewerkers. Zij weten nog niet wie welke vraag beantwoordt, dus stellen ze hun vragen aan wie toevallig het dichtst bij staat — vaak weer diezelfde ervaren collega. Zonder een duidelijke plek om eerst te kijken, wordt inwerken voor de senior net zo veel werk als voor de nieuwe medewerker zelf.
Hoe meet je dit zelf, in een week, zonder tool?
Laat elke medewerker een week lang drie dingen noteren zodra hij een vraag stelt aan een collega: aan wie hij de vraag stelde, waar de vraag over ging, en hoeveel minuten het duurde voordat hij een bruikbaar antwoord had. Een half A4'tje per persoon is genoeg; de patronen worden na één week al zichtbaar.
- 1
Kies een gewone week
Geen week met een deadline, een grote klus of vakanties. Leg van tevoren uit waarom je meet: patronen zichtbaar maken, niemand beoordelen op het aantal vragen.
- 2
Geef iedereen drie kolommen
Aan wie gevraagd, waar ging het over — één zin volstaat — en hoeveel minuten tot een bruikbaar antwoord. Een vel papier of een gedeeld spreadsheet is voldoende, een tool is niet nodig.
- 3
Noteer op het moment zelf
Vraag om direct te noteren, niet aan het eind van de dag terug te denken. Terugdenken laat juist de korte, vaak gestelde vragen wegvallen — en dat zijn precies de vragen die je zoekt.
- 4
Verzamel en tel
Tel aan het eind van de week per persoon hoeveel vragen hij kreeg, en per onderwerp hoe vaak dezelfde vraag terugkwam bij verschillende mensen.
- 5
Zoek de twee patronen
Wie de meeste vragen krijgt, is je bottleneck. Welk onderwerp het vaakst terugkomt, is je eerste kandidaat om vast te leggen.
In de praktijk springen na één week meestal twee dingen eruit: één of twee mensen beantwoorden een onevenredig groot deel van alle vragen, en vijf tot tien onderwerpen komen keer op keer terug. Die twee lijstjes samen zijn je actielijst voor de rest van dit artikel.
Werkt je team deels op afstand, vul de meting dan aan met een korte blik in de Slack- of Teams-geschiedenis van dezelfde week. Directe vragen aan een collega laten daar vaak een tijdstempel achter, ook als niemand ze apart heeft geteld.
Hoe reken je de kosten van zoektijd uit met je eigen cijfers?
Vermenigvuldig het aantal vragen dat je in de meetweek telde met de gemiddelde tijd per onderbreking en met het uurtarief van wie antwoord gaf. Dat is een schatting, maar een schatting met jouw getallen overtuigt beter dan een extern percentage.
| Stap | Rekenwijze | Voorbeeld (fictief, geen meting) |
|---|---|---|
| 1. Aantal vragen per week | Tel uit je meetweek | Stel: 20 medewerkers stellen samen 140 vragen per week |
| 2. Gemiddelde onderbrekingstijd | Vragen, wachten en weer op gang komen samen | Stel: gemiddeld 6 minuten per vraag |
| 3. Totale onderbrekingstijd | Aantal vragen × minuten | 140 × 6 = 840 minuten, ofwel 14 uur per week |
| 4. Uurtarief van de beantwoorder | Loonkosten inclusief werkgeverslasten gedeeld door werkbare uren | Stel: € 55 per uur |
| 5. Wekelijkse kosten | Uren × uurtarief | 14 × € 55 = € 770 per week |
Dit voorbeeld telt alleen vragen en wachttijd. Werk dat is overgedaan omdat een antwoord te laat of fout was, ontbreekt bewust, omdat het lastiger te tellen is. Vraag er in je meetweek apart naar en tel het apart mee — in de praktijk komt dit vaak nog bovenop het bedrag uit de tabel.
Welke vragen zijn het vastleggen waard — en welke niet?
Leg vast wat minstens twee keer is gevraagd en waarvan het antwoord al een tijd niet is veranderd. Vragen die maar één keer voorkomen, of waarvan het antwoord volgende maand alweer anders is, kosten meer tijd om vast te leggen dan ze opleveren.
- Wel vastleggen: een vraag die je twee of meer keer hebt gehoord, van verschillende mensen.
- Wel vastleggen: een antwoord dat al maanden hetzelfde is — een werkwijze, een klantafspraak, een keuze die niet elke week wijzigt.
- Wel vastleggen: een vraag die alleen door één specifieke, drukke collega beantwoord kan worden.
- Niet vastleggen: een eenmalige uitzondering die zich waarschijnlijk niet herhaalt.
- Niet vastleggen: iets dat volgende maand toch alweer verandert, zoals een tijdelijke actieprijs of een proef die nog loopt.
- Niet vastleggen: wat al in een systeem staat dat mensen gewoon niet raadplegen — dan is de oplossing gebruik, niet nog een document.
Deze selectie is dezelfde als bij kennisborging: niet alles vastleggen, maar precies de kennis die kritiek is en bij weinig mensen zit. Het verschil is dat de vragen uit je meetweek hier als bron dienen in plaats van een kennismatrix die je vooraf invult — de vragen die terugkomen, zíjn de matrix al.
De goedkoopste plek om deze vragen vast te leggen is niet achteraf in een aparte sessie, maar op het moment dat ze toch al worden gesteld. Buddai stelt elke medewerker daarom twee korte vragen per dag en zet het antwoord direct om in een doorzoekbare kenniskaart met eigenaar en datum — geen extra werk, want het antwoord bestond die dag toch al.
Wat helpt daadwerkelijk om zoektijd te verminderen?
Wat werkt, is het antwoord vastleggen op het moment dat de vraag toch al wordt gesteld, met een eigenaar en een moment waarop het opnieuw wordt bevestigd. Een documentatieproject dat los van het werk wordt opgezet, veroudert net zo snel als het is gemaakt.
Een zoekmachine over je eigen documenten lost alleen het eerste deel van het probleem op: zoeken zelf gaat sneller. Het lost niets op aan vragen, wachten en overdoen als het antwoord nooit is vastgelegd — een zoekmachine kan niet vinden wat nooit is opgeschreven. Hoe zo'n systeem zich verhoudt tot het vastleggen van nieuwe antwoorden, staat in het artikel over AI op je eigen bedrijfsdocumenten.
Geef vastgelegde antwoorden bovendien één vaste plek waar iedereen weet te zoeken. Een verzameling losse notities in chatgeschiedenis of e-mail lost het probleem niet op, hoe goed de antwoorden ook zijn — niemand zoekt terug in een gesprek van drie maanden geleden. Hoe je zo'n plek inricht zonder dat het een documentatieproject wordt, staat in het artikel over een interne kennisbank maken.
Vermijd de valkuil van één groot, eenmalig project: dat haalt de eerste maanden alles boven water en verzandt daarna, omdat niemand structureel tijd krijgt om het bij te houden. Antwoorden vastleggen naast het gewone werk, zoals Buddai doet, houdt de kenniskaarten actueel zonder dat iemand er een aparte taak bij krijgt.
Veelgestelde vragen
Hoeveel tijd raken medewerkers kwijt aan het zoeken naar informatie?+
Een betrouwbaar, algemeen geldig cijfer bestaat niet — de bekende percentages op internet komen uit onderzoek waarvan de methode nooit is gepubliceerd. Het enige cijfer dat klopt voor jouw bedrijf, is het cijfer dat je zelf een week lang telt.
Waarom kost een vraag de gevraagde meer tijd dan de vrager?+
De vrager verliest een paar minuten wachttijd. De gevraagde raakt uit zijn eigen taak, moet omschakelen naar de vraag, en heeft daarna tijd nodig om weer op het concentratieniveau te komen waar hij was. Die omschakeltijd is vaak groter dan de vraag zelf.
Is tijdregistratiesoftware een goede manier om zoektijd te meten?+
Zulke software meet meestal alleen hoe lang iemand actief zoekt binnen een applicatie. Het grootste deel van de kostenpost — wachten op een collega en werk overdoen — blijft daarmee onzichtbaar. Een handmatige telling van vragen geeft een vollediger beeld.
Hoe vaak moet een vraag zijn gesteld voordat je het antwoord vastlegt?+
Twee keer is een bruikbare vuistregel. Eén keer is meestal toeval of een uitzondering; bij twee of meer keer, van verschillende mensen, is de kans groot dat de vraag blijft terugkomen.
Wat als het antwoord op een vastgelegde vraag later verandert?+
Geef elk vastgelegd antwoord een eigenaar en een moment waarop die het opnieuw bevestigt. Zonder die twee raakt vastgelegde informatie stil verouderd en vertrouwt niemand het meer.
Is dit vooral een probleem voor grote organisaties?+
Eerder omgekeerd. In een klein team merk je meteen wie de bottleneck is, maar er is vaak ook maar één persoon die de meeste antwoorden heeft — waardoor die persoon structureel wordt onderbroken en er weinig back-up is.

Over Jeroen
Oprichter & CEO van Buddai
Jeroen Veldman is oprichter en CEO van Buddai. Daarnaast leidt hij Vaiture, een AI-resultancy die MKB-bedrijven helpt toekomstbestendig te worden door AI-first te denken én te doen.
Alle artikelen van Jeroen