Opleidingsplan maken zonder HR-afdeling: van skills-gap tot budget
Een opleidingsplan dat begint bij de cursuscatalogus in plaats van bij het gat in je vaardigheden, is geld dat je net zo goed kunt weggooien. Dit artikel laat zien hoe je het omdraait, en wat de wet daarbij verplicht en toestaat.

Oprichter van Buddai en van AI-resultancy Vaiture, schrijft over kennisborging, inwerken en AI-wetgeving in het MKB. Werkt uitsluitend met openbare bronnen — elk cijfer in dit artikel staat met bron en datum onderaan de pagina. Meer over Jeroen
Op deze pagina7 onderdelen
- Wat hoort er in een opleidingsplan, en wat niet?
- Waarom je begint bij het gat, niet bij de cursuscatalogus
- Wettelijk verplichte scholing versus ontwikkelscholing
- Wat 'kosteloos' betekent, en de grens van het studiekostenbeding
- Budget en prioriteren: waar het nu al vastloopt
- Het opleidingsplan op één pagina
- Hoe je het plan evalueert, en bijstelt
Het belangrijkste in het kort
- Waar je begint: Niet bij de cursuscatalogus maar bij het gat: welke vaardigheden heeft het bedrijf over anderhalf jaar nodig, wie heeft ze nu, en bij wie hangt het op één naam.
- Twee soorten scholing: Wettelijk of cao-verplichte scholing betaalt de werkgever altijd en telt als werktijd. Ontwikkelscholing — een cursus die iemand zelf wil — mag je verrekenen via een studiekostenbeding.
- De harde grens: Voor verplichte scholing is een studiekostenbeding sinds 1 augustus 2022 nietig, ook als je het eerder afsloot. Terugvorderen kan dan niet, wat er ook op papier staat.
- Budget is zelden het probleem: Slechts een op de tien bedrijven noemt kosten als belemmering bij opleiden. Het echte knelpunt is tijd, en bij kleine bedrijven vooral dat er niemand is die het oppakt.
- Eén pagina is genoeg: Een opleidingsplan hoeft geen document van tien pagina's te zijn. Zes kolommen per vaardigheid — wie, wat, welk type, kosten, wanneer, bewijs — dekken wat je nodig hebt.
- Zonder evaluatiemoment sterft het: Een plan dat niet twee keer per jaar wordt herzien, is over een half jaar een foto van een situatie die niet meer bestaat.
Wat hoort er in een opleidingsplan, en wat niet?
Een opleidingsplan is een lijst van vaardigheden die je bedrijf de komende anderhalf jaar nodig heeft, met per vaardigheid wie hem nu beheerst, wie hem moet gaan beheersen, welk type scholing dat vraagt en wat het kost. Het is geen cursusaanbod en geen verlanglijst van medewerkers — het is een risicodocument met een prijskaartje.
In een bedrijf zonder HR-afdeling worden deze beslissingen meestal al genomen, alleen niet vastgelegd: een leidinggevende beslist ad hoc wie een cursus mag volgen, meestal wie erom vraagt. Een opleidingsplan verandert daar niets fundamenteels aan qua besluitvorming — het maakt alleen zichtbaar of die beslissingen de risico's dekken die er echt toe doen, of alleen de vraag die het hardst klinkt.
- Geen documentatie van elke cursus. Alleen scholing die een vaardigheidsgat dicht of wettelijk verplicht is, hoort erin.
- Geen persoonlijk ontwikkelplan. Een POP gaat over de loopbaanwens van één medewerker; een opleidingsplan gaat over wat het bedrijf kwijtraakt als iemand vertrekt.
- Geen wettelijke verplichting op zichzelf. Niets in de wet schrijft voor dat je een opleidingsplan als document moet hebben — wel dat je bepaalde scholing moet aanbieden, kosteloos en onder werktijd. Waar die grens ligt, staat verderop.
Waarom je begint bij het gat, niet bij de cursuscatalogus
Begin je bij het aanbod, dan koop je scholing voor wie toevallig vraagt en mis je de vaardigheid die niemand meer beheerst zodra één persoon vertrekt. Begin je bij het gat, dan stel je eerst drie vragen: welke vaardigheden heb je over 18 maanden nodig, wie heeft ze nu, en bij wie hangt het op één naam.
Die derde vraag is de belangrijkste en de makkelijkste om over te slaan. Een kennismatrix beantwoordt hem in een middag: een tabel met kritieke taken en per medewerker een niveau van 0 tot 3. Elke rij met precies één hoog cijfer is een opleidingsplan-in-wording — iemand anders moet die vaardigheid erbij leren, ongeacht of er verder budget is voor iets anders.
- Wat heb je over 18 maanden nodig? Niet wat leuk is om te kunnen, maar wat een concreet plan, contract of investering vraagt — een nieuw systeem, een nieuwe dienst, een groeiend team.
- Wie heeft het nu? Haal dit uit de kennismatrix, niet uit een inschatting. Zelfbeoordeling zit er structureel naast.
- Wie is het single point of failure? Elke vaardigheid met precies één beheerser is een risico dat groter wordt naarmate je wacht, niet kleiner.
64% ³
van de bedrijven met 10 of meer medewerkers liet personeel in 2020 deelnemen aan interne of externe cursussen
>20 pp ³
minder vaak noemen bedrijven van 10 tot 50 medewerkers een skills gap als reden om te scholen, vergeleken met bedrijven vanaf 250 medewerkers
Wettelijk verplichte scholing versus ontwikkelscholing
Wettelijk verplichte scholing is scholing die voortvloeit uit Unierecht, nationale wetgeving, een cao of een regeling van een bevoegd bestuursorgaan — denk aan een verplichte systeemtraining bij een nieuwe applicatie of scholing binnen een verbetertraject. Ontwikkelscholing is alles wat een medewerker uit eigen beweging wil volgen, zonder dat de functie het vereist.
| Wettelijk of cao-verplicht | Ontwikkelscholing | |
|---|---|---|
| Wie betaalt | Altijd de werkgever, kosteloos | In overleg, mag verrekend worden |
| Telt als werktijd | Ja, en bij voorkeur tijdens werktijd | Nee, tenzij je dat zelf toezegt |
| Studiekostenbeding | Nietig — kan niet worden teruggevorderd | Toegestaan, mits proportioneel |
| Voorbeeld | Nieuw kassasysteem, veiligheidsinstructie, AI-geletterdheid | Managementopleiding, taalcursus uit interesse |
De grens is minder theoretisch dan hij klinkt. De verplichting om medewerkers een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij te brengen komt rechtstreeks uit de AI-verordening — Unierecht dus — en valt daarmee onder dezelfde regels als een verplichte veiligheidstraining. Wat dat concreet vraagt, staat in AI-geletterdheid is verplicht.
Wat 'kosteloos' betekent, en de grens van het studiekostenbeding
Kosteloos betekent dat cursusgeld, reiskosten, examengeld en studiemateriaal voor rekening van de werkgever komen, en dat de gevolgde uren als arbeidstijd tellen — bij voorkeur tijdens de tijden waarop normaal wordt gewerkt. Een beding waarmee je die kosten alsnog op het loon van de werknemer verhaalt, is nietig.
Dat volgt rechtstreeks uit artikel 7:611a BW. Lid 1 verplicht de werkgever de werknemer in staat te stellen scholing te volgen die noodzakelijk is voor de functie. Lid 2 voegt daaraan toe dat scholing die de werkgever op grond van de wet, cao of een bestuursorgaan verplicht moet verstrekken, kosteloos wordt aangeboden, als arbeidstijd geldt en zo mogelijk tijdens werktijd plaatsvindt. Lid 4 maakt elk beding dat die kosten alsnog verhaalt op het loon nietig.¹
- Wel voor rekening werkgever: cursusgeld, reis- en verblijfkosten, examen- en herexamengeld, verplicht studiemateriaal.
- Wel als arbeidstijd: de uren die de scholing zelf kost, inclusief reistijd naar een externe locatie als dat redelijk is.
- Nietig, ook al staat het in het contract: elke afspraak die deze kosten alsnog op het loon verrekent.¹ Dat werkt ook door naar bedingen van vóór 1 augustus 2022 — niet omdat artikel 7:611a dat zelf zegt, maar omdat de wet die het invoerde onmiddellijke werking heeft en er geen overgangsregeling voor bestaande bedingen is getroffen.
Budget en prioriteren: waar het nu al vastloopt
Geld is zelden de reden dat opleiden niet gebeurt: slechts één op de tien bedrijven noemt kosten als belemmering. Het knelpunt zit in tijd en aandacht — en bij kleine bedrijven vooral in het ontbreken van iemand die de belemmering oppakt.
Prioriteer daarom niet op wie het hardst vraagt, maar op risico: eerst de rijen uit je kennismatrix met precies één beheerser, dan scholing met een wettelijke deadline, dan de rest. Een vaardigheid die drie mensen al kunnen, wacht een kwartaal; een vaardigheid die één persoon kan die over een jaar met pensioen gaat, wacht niet.
10% ³
van de bedrijven noemt hoge kosten als belemmering bij het aanbieden van bedrijfsopleidingen
52,3% ³
van de kleine bedrijven met een ervaren belemmering onderneemt daar niets tegen, tegenover 19,7% van de grote bedrijven
Wat wel scheelt: subsidie halen voordat je budget vaststelt, niet erna. Ondernemersplein wijst voor scholing onder meer op de SLIM-regeling, praktijkleren en het levenlanglerenkrediet als routes om de kosten van ontwikkeling te verlagen.⁴ Hoe je dat concreet aanvraagt voor een MKB-bedrijf staat in slim subsidie voor het MKB.
Het opleidingsplan op één pagina
Zes kolommen per kritieke vaardigheid zijn genoeg: welke vaardigheid, wie hem nu heeft, welk type scholing het is, wat het kost, wanneer het gebeurt en hoe je toetst of het gewerkt heeft. Meer detail maakt het plan completer en minder bruikbaar tegelijk.
| Onderdeel | Wat erin komt | Wie vult het in |
|---|---|---|
| Kritieke vaardigheid | Wat het bedrijf over 18 maanden moet kunnen dat nu niet geborgd is | Eigenaar van het plan |
| Huidige beheersing | Wie het nu kan, op welk niveau — uit de kennismatrix | Leidinggevende |
| Type scholing | Wettelijk verplicht of ontwikkelscholing | Eigenaar van het plan |
| Kosten en tijd | Cursusgeld, reistijd, uren onder werktijd | Eigenaar + medewerker |
| Wie, wanneer | Naam, kwartaal, aantal uur | Leidinggevende |
| Bewijs | Hoe je toetst dat de vaardigheid er is — niet dat de cursus is afgerond | Eigenaar van het plan |
- 1
Haal de risicorijen uit de kennismatrix (20 minuten)
Elke rij met maximaal één hoog niveau is een kandidaat. Heb je nog geen matrix, maak die eerst — een opleidingsplan zonder die basis is een lijst met giswerk.
- 2
Zet de horizon op 18 maanden (15 minuten)
Schrap vaardigheden die pas over drie jaar relevant worden. Een opleidingsplan dat verder vooruitkijkt dan de eigen planning betrouwbaar is, wordt fictie.
- 3
Label elke rij: wettelijk verplicht of ontwikkelscholing (10 minuten)
Dit bepaalt meteen wie betaalt en of een studiekostenbeding mag. Twijfel je, kies dan de zwaarste lezing.
- 4
Ken budget en uren toe per rij, niet in totaal (20 minuten)
Een totaalbudget verdwijnt naar wie het eerst vraagt. Een bedrag per vaardigheid dwingt een keuze af vóór het jaar begint.
- 5
Zet een naam en een kwartaal op elke rij (10 minuten)
Zonder eigenaar en deadline blijft scholing een voornemen. Met beide wordt het een afspraak die je kunt nalopen.
- 6
Dateer het plan en zet het evaluatiemoment vast (5 minuten)
Twee vaste momenten per jaar, gekoppeld aan de herziening van de kennismatrix, voorkomen dat het plan los komt te staan van de werkelijkheid.
Hoe je het plan evalueert, en bijstelt
Evalueer het plan twee keer per jaar, gekoppeld aan het moment waarop je de kennismatrix bijwerkt, en direct wanneer iemand met kritieke kennis in of uit dienst gaat. Het enige dat telt: is het aantal vaardigheden met precies één beheerser gedaald?
- Goed teken: een risicorij van vorig kwartaal heeft nu twee beheersers in plaats van één.
- Goed teken: de kennismatrix en het opleidingsplan wijzen naar dezelfde namen — ze zijn niet twee losse documenten.
- Waarschuwing: rijen blijven kwartaal na kwartaal op de lijst staan zonder eigenaar die eraan werkt.
- Waarschuwing: het plan bevat alleen scholing die mensen zelf hebben aangevraagd — dan stuurt de vraag, niet het risico.
Een opleidingsplan dat werkt, ziet er na een jaar anders uit dan toen je het maakte: minder rode rijen, een paar nieuwe die je toen nog niet zag aankomen. Blijft het exact hetzelfde, dan is er scholing gevolgd zonder dat het risico is afgenomen — en dat is het enige dat het plan hoorde op te lossen.
Veelgestelde vragen
Is een opleidingsplan als document wettelijk verplicht?+
Nee. De wet verplicht bepaalde scholing — kosteloos en als werktijd — maar schrijft niet voor dat je dat in een document vastlegt. Een plan is een keuze om die verplichting en je eigen risico's grijpbaar te maken, geen aparte wettelijke eis.
Mag ik een studiekostenbeding gebruiken voor een cursus die iemand zelf wil volgen?+
Ja, zolang de scholing niet noodzakelijk is voor de functie en niet wettelijk of cao-verplicht is. Houd het terug te betalen bedrag proportioneel aan hoe lang geleden de opleiding is gevolgd en hoeveel voordeel het bedrijf ervan heeft gehad.
Telt scholing als werktijd als iemand hem 's avonds volgt?+
De wet zegt dat verplichte scholing zo mogelijk tijdens werktijd plaatsvindt en als arbeidstijd telt, ook als de cursus zelf buiten kantooruren wordt gegeven. Plan je het toch buiten werktijd, compenseer die uren dan als gewerkte tijd.
Wie moet het opleidingsplan bijhouden als er geen HR-afdeling is?+
Wijs één eigenaar aan — vaak de directeur of een teamlead — en behandel het als een terugkerende taak, niet als project. Twee momenten per jaar van een uur zijn genoeg als de kennismatrix al bijgewerkt is.
Wat als een sleutelmedewerker de enige is die een vaardigheid kan overdragen?+
Zet die overdracht zelf als eerste rij op het plan, los van externe cursussen. Koppel er een tweede naam en een concreet moment aan waarop de twee samen aan het werk gaan — dat is vaak effectiever dan een training inkopen.
Bronnen
- 1.Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 611a — ScholingOverheid.nl · geldig vanaf 1 augustus 2022
- 2.FAQ Transparante arbeidsvoorwaardenRijksoverheid · 2 augustus 2022
- 3.Scholing van personeelCBS · 20 juni 2023
- 4.Omscholen voor ondernemers en medewerkersOndernemersplein · geraadpleegd augustus 2026

Over Jeroen
Oprichter & CEO van Buddai
Jeroen Veldman is oprichter en CEO van Buddai. Daarnaast leidt hij Vaiture, een AI-resultancy die MKB-bedrijven helpt toekomstbestendig te worden door AI-first te denken én te doen.
Alle artikelen van Jeroen